Van boekidee naar boekplan in zeven stappen
Een boekidee kan groot voelen. Zo groot dat je er liever nog even omheen loopt dan dat je eraan begint. Het blijft in je hoofd rondzingen, op de achtergrond aanwezig terwijl je je dag doet, en juist omdat het belangrijk is, wordt het ook snel overweldigend. Je wilt beginnen, maar je wilt het ook goed doen. En voor je het weet, ben je alweer een week verder zonder dat er iets op papier staat.
Een plan helpt, niet omdat je daarmee alles vastzet, maar omdat je het idee kleiner maakt. Je haalt het uit je hoofd en legt het neer op papier, in stukjes die je kunt vasthouden. Dat is vaak het moment waarop schrijven weer haalbaar wordt.
Waarom een plan je helpt
Zonder plan moet je elke keer opnieuw beslissen waar je instapt. Je opent je document en je denkt: waar was ik ook alweer, wat wil ik zeggen, wat is de lijn, wat is vandaag handig. Die beslissingen kosten energie, en juist die energie heb je nodig om te schrijven.
Met een plan wordt het eenvoudiger. Je hoeft niet meer elke dag opnieuw te bedenken wat je gaat schrijven. Je hoeft vooral te volgen wat je al gekozen hebt. Niet als keurslijf, maar als richting. Het geeft rust. En rust is vaak de snelste route naar tekst.
Het boekplan in zeven stappen
Een boekplan hoeft niet dik te zijn. Het hoeft niet perfect. Het hoeft alleen helder genoeg te zijn zodat jij weet wat je aan het doen bent wanneer je gaat schrijven.
Begin met deze zeven stappen.
1 Thema
Waar gaat dit verhaal voor jou over. Wat wil jij onderzoeken, laten zien of begrijpen.
2 Hoofdpersoon of verteller
Wie draagt het verhaal. Vanuit wie kijken we. Wie spreekt, wie stuurt, wie laat iets zien.
3 Verandering
Welke beweging zit erin. Wat staat er aan het begin anders dan aan het einde. Wat verschuift er.
4 Drie tot vijf hoofdstukken of delen
Niet alles, alleen de grove indeling. Hoe kun je het opdelen zodat je niet één grote berg ziet, maar een route.
5 Belangrijke scènes
Welke momenten móét je vertellen. Welke beelden, gesprekken of gebeurtenissen wil je niet missen.
6 Wat wil je dat de lezer voelt
Wat moet er blijven hangen als iemand het boek dichtklapt. Welke sfeer, welk inzicht, welk gevoel.
7 Je eerste concrete schrijfdoel
Wat is de eerste stap die je echt kunt zetten. Niet vaag, maar concreet. Een scène. Een hoofdstuk. Een x aantal woorden.
Mini opdracht
Maak het klein. Maak het werkbaar.
Schrijf je boek in één zin. Alsof je het aan iemand vertelt die nieuwsgierig is, maar geen lange uitleg wil.
Schrijf daarna drie hoofdstuktitels. Meer hoeft nog niet. Je bouwt hier geen eindversie. Je maakt een startpunt dat je kunt volgen.
Hoe je dit meeneemt naar een schrijfretraite
Als je dit meeneemt naar een schrijfretraite, neem dan vooral je één zin mee en je drie hoofdstuktitels. Dat is genoeg om meteen te beginnen, zonder eerst te zoeken, te twijfelen of jezelf warm te draaien.
Je arriveert, je slaat je mapje open, en je weet waar je instapt. Dat geeft rust op dag één, en juist die rust maakt dat je sneller in je tekst komt.

